WVOI uitkomsten enquête levensfasebewust personeelsbeleid
Van 3 tot 24 februari 2009 is onder 2441 werknemers bij de werkgevers die zijn aangesloten bij de CAO-onderzoekinstellingen de enquête gehouden over levensfasebewust personeelsbeleid.
Aanleiding voor de enquête vormde de afspraak die in de CAO is gemaakt om een nieuw levensfasebewust personeelsbeleid te gaan ontwikkelen dat in de volgende CAO gestalte moet gaan krijgen. De WVOI-werkgevers vinden het in dat verband belangrijk de opvattingen van medewerkers te inventariseren zodat daarmee in het nieuw te vormen beleid rekening kan worden gehouden.
De respons op de enquête was 47%, uiteenlopend van 31% bij FOM tot 63% bij NWO. KB (47%), CWI (49%) en NIOZ (45%) zaten daar tussenin. Deze respons is ruim voldoende om betrouwbare conclusies uit de enquête te kunnen trekken.
De uitkomsten van de enquête zijn op hoofdlijnen als volgt:
-
92% van de respondenten vindt het belangrijk kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen. 55% van de respondenten is bereid om daar ook eigen tijd en geld in te steken.
-
58% van de respondenten is tevreden met de stimulans van hun leidinggevende om aan de loopbaan te werken, 14% van de respondenten voelt zich daarin door de leidinggevende onvoldoende gesteund.
-
70% van de respondenten vindt dat de eigen kennis, vaardigheden en kwaliteiten binnen de organisatie volledig worden benut en 79% van de respondenten vindt dat die kennis, vaardigheden en kwaliteiten ook in een andere functie te gebruiken zouden zijn.
-
Ruim tweederde van de respondenten is tevreden met de door de werkgever geboden opleidingsfaciliteiten.
-
De enquête bevestigt het beeld dat medewerkers van 50 jaar en ouder minder dan hun jongere collega’s deelnemen aan opleidingen. Van de 50-plussers heeft 43% de afgelopen twee jaar een opleiding gedaan, voor de medewerkers jonger dan 50 jaar lag dit op 63%.
-
Bij de vragen over de balans tussen werk en privé gaf 81% (eens met de stelling en gedeeltelijk eens met de stelling) van de respondenten aan werk en privé goed te kunnen combineren. Vrouwen scoorden op deze vraag met 84% beter dan mannen (78%). 44% van de respondenten gaf aan de komende jaren meer tijd/mogelijkheden voor privé te willen hebben.
-
Op de vraag naar gewenste faciliteiten om werk en privé te combineren vinkte 62% van de respondenten flexibele werktijden aan en 53% thuiswerken. 69% van de respondenten vindt dat de organisatie in voldoende mate rekening houdt met de privésituatie van de medewerker. 5% van de respondenten is van mening dat daarmee onvoldoende rekening wordt gehouden.
-
Op de vraag op welke leeftijd men denkt te willen stoppen met werken geeft 55% van de respondenten aan dat nog niet te weten. Van degenen die daar wel een leeftijd hebben ingevuld gaf 85% aan uiterlijk op de leeftijd van 65 jaar te willen stopen. 15% van de respondenten wil na 65 jaar doorwerken. Opvallend daarbij is dat bij de categorie wetenschappelijk personeel dit op 33% ligt.
Werkgevers zijn blij met de deelname en de uitkomsten van de enquête. Medewerkers vinden het in grote meerderheid belangrijk om in hun ontwikkeling te investeren en zij kunnen werk en privé goed combineren. Medewerkers zijn tevreden met de op deze terreinen door de werkgevers geboden ondersteuning en faciliteiten. De uitkomsten vragen nog wel om een nadere analyse en uitwerking zodat we met behulp daarvan regelgeving en beleid met betrekking tot de ontwikkeling van medewerkers in hun verschillende levensfases verder kunnen uitbouwen en optimaal kunnen laten aansluiten op wensen van de medewerkers.
De uitkomsten van deze enquête zullen door de werkgevers van de WVOI worden meegenomen in de te vormen plannen voor levensfasebewust personeelsbeleid. Het zal echter nog enige tijd duren voordat die uitkomsten concreet zullen worden vertaald naar nieuw beleid.
Na de zomer starten daarover de gesprekken met de vakbonden. De resultaten daarvan komen terecht in de volgende CAO die op 1 juli 2010 ingaat. In die CAO komen nieuwe regelingen en faciliteiten die inspelen op de professionele ontwikkeling en de verschillende levensfases van de werknemers binnen de onderzoekinstellingen.
