Over de WVOI

Collectieve Arbeidsovereenkomst


  • PARTIJEN, PREAMBULE en KARAKTER CAO-OI
  • HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN
  • HOOFDSTUK 2 - WERVING, SELECTIE EN DIENSTVERBAND
  • HOOFDSTUK 3 - SALARIS EN TOELAGEN
  • HOOFDSTUK 4 - ARBEIDSDUUR EN FEESTDAGEN
  • HOODFSTUK 5 - VAKANTIE EN VERLOF
  • HOOFDSTUK 6 - SCHOLING EN PROFESSIONELE ONTWIKKELING
  • HOOFDSTUK 7 - BEOORDELING
  • HOOFDSTUK 8 - PENSIOEN, ARBEIDSONGESCHIKTHEID EN WERKLOOSHEID
  • HOOFDSTUK 9 - EINDE DIENSTVERBAND
  • HOOFDSTUK 10 - TEGEMOETKOMING VERHUISKOSTEN EN ANDERE VERGOEDINGEN
  • HOOFDSTUK 11 - DISCIPLINAIRE MAATREGELEN, SCHORSING VAN RECHTSWEGE EN NON-ACTIVITEIT
  • HOOFDSTUK 12 - SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR ONDERZOEKERS IN OPLEIDING (oio`s)
  • HOOFDSTUK 13 - OVERIGE AFSPRAKEN TUSSEN CAO-PARTIJEN
  • HOOFDSTUK 14 - OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
  • Bijlage 1 - Salaristabellen
  • Bijlage 2 - Rekenvoorbeelden
  • Bijlage 3 - Arbeidsvoorwaarden op maat (AVOM)
  • Bijlage 4 - Overlegprotocol, Faciliteiten centrales en OR, Rechtsbescherming leden LO, Middelen OCW
  • Bijlage 5 - Seniorenregeling Onderzoekinstellingen (SROI)
  • Bijlage 6 - Levensloopregeling

  • HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN

    Artikel 1.1 Definitiebepalingen en afkortingen
    Artikel 1.2 Looptijd van de Cao-OI
    Artikel 1.3 Overlegprotocol
    Artikel 1.4 Werkingssfeer Cao-OI
    Artikel 1.5 Verplichtingen van partijen
    Artikel 1.6 Verplichtingen werkgever en werknemer
    Artikel 1.7 Deeltijdwerk
    Artikel 1.8 Arbeidsvoorwaarden op maat (AVOM)
    Artikel 1.9 Intellectuele eigendomsrechten
    Artikel 1.10 Klokkenluidersregeling
    Artikel 1.11 Kapstokbepaling NIOZ
    Artikel 1.12 Kapstokbepaling arbocatalogus
    Artikel 1.13 Reorganisatiecode
    Artikel 1.14 Gedragscode seksuele intimidatie, agressie en geweld
    Artikel 1.15 Tijd- en plaatsonafhankelijk werken
    Artikel 1.16 Uitoefening publieke functie
    Artikel 1.17 Kapstokbepaling Generatiepact
    Artikel 1.18 Hardheidsclausule

    Artikel 1.1 Definitiebepalingen en afkortingen

    1. Aanstelling: Het besluit op grond waarvan de werknemer bij de KB of NWO als ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet in dienst wordt genomen.
    2. Adviescommissie Awb: Een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb. De paritair samengestelde avdiescommissie bestaat uit een voorzitter en twee leden waarvan een lid op voordracht van de werknemersorganisaties. Zowel de leden als de voorzitter worden benoemd door de werkgever.
    3. Afstand in km: De afstand wordt vastgesteld met behulp van de digitale ANWB routeplanner, www.anwb.nl, volgens de snelste route, niet gecorrigeerd met actuele verkeersinformatie.
    4. Arbeidsovereenkomst: De overeenkomst in de zin van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek op grond waarvan de werknemer zich verbindt in dienst van CWI, NWO-I of NIOZ tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.
    5. AVOM: Arbeidsvoorwaarden op maat.
    6. Awb:  Algemene wet bestuursrecht.
    7. Bezoldiging:  De som van het salaris en de toelagen waarop de werknemer ingevolge artikel 3.8 van deze cao aanspraak heeft[2].
    8. BWOI:  Bovenwettelijke regeling Werkloosheid personeel Onderzoek Instellingen.
    9. Cao-OI:  Collectieve arbeidsovereenkomst onderzoekinstellingen.
    10. (C)OR:  (Centrale) ondernemingsraad.
    11. Deeltijdwerk: Een dienstverband aangegaan voor minder dan de volledige arbeidsduur en waarvoor de aanspraken in deze cao naar evenredigheid van de overeengekomen arbeidsduur gelden, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald.
    12. Dienstverband:  Een aanstelling bij dan wel een arbeidsovereenkomst met een werkgever.
    13. FNM:  Functie Niveau Matrix, het functiewaarderingssysteem, vastgesteld door de WVOI in overeenstemming met de meerderheid van werknemersorganisaties.
    14. Functie:  Het samenstel van de door de werkgever aan de werknemer opgedragen werkzaamheden.
    15. Generatiepact: De mogelijkheid om op basis van buitengewoon verlof tegen inlevering van een percentage van het salaris met behoud van volledige pensioenopbouw over het oude salaris, minder uren te werken. De hierdoor beschikbaar komende loonruimte wordt vervolgens volledig ingezet voor in- en doorstroom van jongeren.
    16. Instelling:  De KB en de NWO-koepelorganisatie. Onder de NWO-koepelorganisatie ressorteren de werkgevers CWI, NWO-I, NIOZ en NWO.
    17. Lokaal overleg:  Het overleg met werknemersorganisaties, zoals geregeld in het Overlegprotocol WVOI-Centrales van Overheidspersoneel.
    18. Maximumsalaris:  Het hoogste bedrag van een salarisschaal.
    19. Oio:  Onderzoeker in opleiding.
    20. Partner:
      a. Echtgenoot.
      b. Geregistreerd partner.
      c. Relatiepartner met wie de niet-gehuwde werknemer samenwoont, blijkens de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie, en een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract. Onder relatiepartner wordt ook verstaan de personen die ongehuwd samenwonen met een gezamenlijke huishouding, Daarvan is sprake als betrokkenen hetzelfde hoofdverblijf hebben en in elkaars onderhoud en verzorging voorzien. Onder weduwe of weduwnaar wordt ook de nabestaande relatiepartner begrepen. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de relatiepartner. Slechts één persoon kan als relatiepartner worden aangemerkt. De werkgever kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin, is gesloten. Relatiepartner wordt voor de toepassing van cao-bepalingen gelijkgesteld met echtgenoot en geregistreerd partner.
    21. Salaris:  Het bedrag per maand dat met inachtneming van de inschalingsbepalingen van deze cao voor de werknemer is vastgesteld aan de hand van bijlage 1.[3]
    22. Salaristrede:  Een aanduiding, bestaande uit een getal, die in een salarisschaal correspondeert met een salaris.
    23. Salaris per uur:  1/165 deel van het salaris bij een volledige arbeidsduur.
    24. Salarisschaal:  Een als zodanig in bijlage 1 vermelde reeks van genummerde salarissen.
    25. Standplaats: Het adres van het gebouw waarin de werknemer gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht.
    26. Tenure track: Het vastgelegde traject in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een gepromoveerde academicus ter beoordeling van de vraag of aansluitend een dienstverband voor onbepaalde tijd zal worden aangegaan.
    27. Tenure tracker: De werknemer die werkzaam is op basis van een tenure track.
    28. Telewerken: Het op een andere plek dan de standplaats verrichten van werkzaamheden met behulp van informatie- en communicatietechnologie (ICT).
    29. Vakantiewerker:  Diegene die tijdens zijn schoolvakanties, wegens vakantie van het eigen personeel, tijdelijk werkzaamheden verricht.
    30. Verzorger belast met de feitelijke verzorging van een kind:  De werknemer die blijkens de registratie in de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als het kind en die duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen.
    31. a. Volledige arbeidsduur:  38 uur per week.
      b. Volledige werkweek:  40 uur per week.
      c. Feitelijke werkweek:  De door de individuele werknemer daadwerkelijk te werken uren per week.
    32. Werkgever:  Het orgaan dat c.q. de rechtspersoon die bevoegd is een dienstverband in de zin van de Cao-OI aan te gaan. KB en NWO zijn werkgevers naar publiek recht; CWI, FOM en NIOZ zijn werkgevers naar privaat recht.
    33. Werknemer:  De persoon die als ambtenaar bij een publieke werkgever is aangesteld, dan wel de persoon die een arbeidsovereenkomst heeft met een werkgever naar privaat recht.
    34. Werknemersorganisaties: Vereniging van werknemers, die bij de werkgever werkzame personen onder haar leden telt en krachtens de statuten ten doel heeft de belangen van haar leden als werknemer te behartigen en als zodanig rechtspersoonlijkheid bezit, dan wel een centrale organisatie, waarbij genoemde vereniging van werknemers is aangesloten.
    35. WHW:  Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek.
    36. WIA: Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen.
    37. WOR:  Wet op de ondernemingsraden.
    38. ZAOI:  Regeling Ziekte en Arbeidsongeschiktheid personeel OnderzoekInstellingen.

    Artikel 1.2 Looptijd van de Cao-OI
    1. De cao wordt aangegaan voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december
       2017.
    2. Behoudens opzegging door een der partijen uiterlijk drie maanden voor de datum waarop
       de Cao-OI eindigt, wordt deze cao steeds geacht te zijn verlengd voor de duur van een
       jaar.
    3. Tussentijdse wijziging van de Cao-OI op voorstel van een der partijen kan uitsluitend
       plaatsvinden met instemming van de partijen bij deze cao.
    4. Een tussentijdse wijziging van de Cao-OI is in ieder geval aan de orde indien een wijziging
       van Wet of Algemene Maatregel van Bestuur dit noodzakelijk maakt.

    Artikel 1.3 Overlegprotocol
    1. Indien in de Cao-OI is bepaald dat de instelling/werkgever (nadere) regels stelt of kan
       stellen, geldt de verplichting tot overleg, zoals vastgelegd in het Overlegprotocol
       (bijlage 4).
    2. Indien in de Cao-OI is bepaald dat de instelling regels stelt, of kan stellen, gebeurt dit in
       het Lokaal overleg, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Met het Lokaal overleg kan
       worden overeengekomen dat vaststelling van deze regels geschiedt in het overleg met de
       (C)OR.
    3. Indien in de Cao-OI is bepaald dat de werkgever regels stelt of kan stellen, gebeurt dat
       in overleg met de (C)OR, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
    4. Indien een van de werkgevers een rechtspersoon opricht met een andere doelstelling dan
       het onderbrengen van kernactiviteiten van een instituut en werknemers aansluitend aan
       hun dienstverband in dienst treden bij de op te richten rechtspersoon, dan wordt dit
       gemeld aan de werknemersorganisaties, die vervolgens kunnen aangeven overleg te
       wensen over de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.

    Artikel 1.4 Werkingssfeer Cao-OI
    1. Deze cao is van toepassing op de werknemer als bedoeld in artikel 1.1 definitie 33, met
       uitzondering van de vakantiewerker als bedoeld in artikel 1.1 definitie 29.
    2. In afwijking van lid 1 kan de werkgever in bijzondere situaties met een buitenlandse
       onderzoeker een dienstverband voor bepaalde tijd aangaan dat niet onder de werking van
       de Cao-OI valt. Voorwaarde is dat de bezoldiging op jaarbasis vermeerderd met
       eindejaarsuitkering en vakantie-uitkering minimaal €36.100,00 per jaar bedraagt.
    3. De bepalingen van de Cao-OI zijn slechts van toepassing voor zover zij niet in strijd zijn
       met wettelijke regels dan wel algemeen verbindende bepalingen of daaruit voortvloeiende
       regelingen waarvan afwijking niet geoorloofd is.
    4. Bepalingen in een aanstellingsbesluit of arbeidsovereenkomst die in strijd zijn met deze
       cao, zijn nietig.
    5. De nadere regels die op grond van deze cao door de werkgever worden vastgesteld in
       overeenstemming met de (C)OR, mogen geen bepalinge bevatten in strijd met deze cao.

    Artikel 1.5 Verplichtingen van partijen
    1. Partijen verplichten zich deze overeenkomst te goeder trouw naar letter en geest na te
       komen. Zij zullen geen actie, direct noch indirect, voeren of steunen, die tot doel heeft
       deze overeenkomst te wijzigen of te beŽindigen op een andere wijze dan is overeen-
       gekomen.
    2. Partijen zullen met alle beschikbare middelen nakoming van deze overeenkomst door hun
       leden bevorderen.

    Artikel 1.6 Verplichtingen werkgever en werknemer
    1.6.1 Algemene verplichting
    1. De werkgever en de werknemer zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen.
    2. De werknemer zal zich houden aan alle voor hem geldende regelingen, voorschriften en aanwijzingen.
    1.6.2 Integer wetenschappelijk handelen
    Werknemers die wetenschappelijk onderzoek verrichten, dan wel daarbij betrokken zijn, hebben de verplichting ervoor zorg te dragen dat het onderzoek plaatsvindt volgens algemeen aanvaarde normen voor wetenschappelijk handelen zoals vastgelegd in De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening (VSNU).
    1.6.3 Verstrekking Cao-OI
    De werkgever verstrekt aan de werknemer bij aanvang van het dienstverband bij het aanstellingsbesluit/de arbeidsovereenkomst een exemplaar van de geldende Cao-OI dan wel toegang tot een digitale versie van de Cao-OI. De werkgever stelt de werknemer  zo spoedig mogelijk op de hoogte van wijzigingen in de Cao-OI.
    1.6.4 Geheimhouding
    1. De werknemer is verplicht informatie vanuit zijn functie geheim te houden voor zover die verplichting uit de aard van de werkzaamheden volgt, of hem uitdrukkelijk is opgelegd.
    2. Deze verplichting geldt ook na beëindiging van het dienstverband.
    3. De verplichting tot geheimhouding mag niet in strijd zijn met de academische vrijheid genoemd in artikel 1.6 WHW.
    4. Onverminderd wettelijke bepalingen die op de werkgever rusten, is de werkgever verplicht tegenover derden informatie over individuele werknemers geheim te houden, tenzij de individuele werknemer voor openbaarmaking schriftelijk toestemming heeft gegeven.
    1.6.5 Wijziging van functie of van werkzaamheden
    1. Zonder gevolgen voor de rechtspositie kunnen aan de werknemer tijdens een dienstverband voor bepaalde tijd structurele werkzaamheden worden opgedragen en tijdens een dienstverband voor onbepaalde tijd werkzaamheden van tijdelijke aard worden opgedragen.
    2. De werknemer kan op zijn verzoek een andere functie worden opgedragen.
    3. De werknemer is verplicht wanneer het belang van de werkgever dit vordert, al dan niet in dezelfde organisatie-eenheid en al dan niet op dezelfde standplaats, een andere functie te aanvaarden, die hem, in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en vooruitzichten, redelijkerwijs kan worden opgedragen.
    4. De werknemer kan worden verplicht tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten dan de gebruikelijke, mits die werkzaamheden hem redelijkerwijs kunnen worden opgedragen. Hij kan echter niet worden verplicht werkzaamheden te verrichten in de plaats van stakers.
    1.6.6 Nevenwerkzaamheden
    1. De werknemer is verplicht zijn nevenwerkzaamheden te melden voordat hij daarmee begint dan wel bij aanvang dienstverband.
    2. Nevenwerkzaamheden die verband kunnen houden met de functie die de werknemer vervult en/of die de belangen van de werkgever kunnnen raken, mogen slechts worden verricht met toestemming van de werkgever.
    3. De werkgever verleent toestemming voor het verrichten van nevenwerkzaamheden, tenzij de werknemer hierdoor naar het oordeel van de werkgever niet in staat is tot een goede functievervulling of goed functioneren, dan wel de werknemer hierdoor de belangen van de werkgever anderszins kan schaden.
    4. De werkgever kan nadere regels stellen voor onder meer de melding, registratie en beoordeling van nevenwerkzaamheden.
    1.6.7 Verhuisplicht
    De werkgever legt aan de werknemer in beginsel geen verhuisplicht op. De werkgever kan de werknemer een schriftelijk onderbouwde verplichting opleggen om te verhuizen naar of te blijven wonen in of nabij de gemeente die hem als standplaats is aangewezen of waartoe zijn standplaats behoort indien dit, naar het oordeel van de werkgever, gelet op de aard van de functie, noodzakelijk is voor de goede vervulling daarvan. De werknemer aan wie de verplichting tot verhuizen is opgelegd, is gehouden zo spoedig mogelijk te verhuizen, doch uiterlijk binnen twee jaar nadat die verplichting is opgelegd.
    1.6.8 Verhindering
    De werknemer die door ziekte of anderszins verhinderd is zijn functie te vervullen, is verplicht daarvan onder opgave van redenen zo tijdig mogelijk mededeling te doen aan de werkgever, conform de door de werkgever vastgestelde regels.
    1.6.9 Giften en dergelijke van derden
    Het is de werknemer in zijn functie verboden zonder toestemming van de werkgever vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vragen of aan te nemen.
    1.6.10 Aansprakelijkheid en schadeloosstelling
    1. De werknemer die bij de uitoefening van zijn functie schade toebrengt aan de werkgever of aan een derde jegens wie de werkgever tot vergoeding van die schade is gehouden, is daarvoor niet jegens de werkgever aansprakelijk, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
    2. Indien de werknemer bij de uitoefening van zijn functie schade ondervindt kan de werkgever betrokkene naar billijkheid schadeloosstellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen.

    Artikel 1.7 Deeltijdwerk
    1. Verzoeken om deeltijdarbeid, ook in staf- en leidinggevende functies, zullen worden
       gehonoreerd, tenzij het bedrijfsbelang zich hiertegen verzet.
    2. Voor de werknemer met wie een dienstverband is aangegaan voor minder dan de volledige
       arbeidsduur gelden de aanspraken in deze cao naar evenredigheid van de overeengekomen
       arbeidsduur, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald.

    Artikel 1.8 Arbeidsvoorwaarden op maat (AVOM)
    Werknemers kunnen gebruikmaken van AVOM. De regeling biedt werknemers de mogelijkheid om een aantal vakantie-uren en/of een deel van het brutosalaris te besteden aan in de regeling concreet omschreven doelen en aldus een eigen arbeidsvoorwaardenpakket samen te stellen. De hierbij geldende voorwaarden, rechten en plichten zijn vervat in een regeling, waarvan de tekst in bijlage 3 staat.

    Artikel 1.9 Intellectuele eigendomsrechten
    1.9.1 Algemeen
    1. Bij de werkgever berusten alle intellectuele eigendomsrechten op een door
       de werknemer in het kader van zijn dienstverband: 
       - vervaardigd werk van letterkunde, wetenschap (of kunst);
       - gedane uitvinding die mogelijk vatbaar is voor octrooi;
       - geproduceerde databank;
       - gekweekt ras;
       - vervaardigde tekening, model of werk;
       - vervaardigd halfgeleiderproduct of topografie;
       - ontwikkelde domeinnaam; 
       - ontwikkeld computerprogramma en voorbereidend materiaal.
    2. De werkgever kan als rechthebbende de intellectuele eigendomsrechten overdragen aan
       derden en/of de werknemer. De werknemer dient voor deze overdracht een schriftelijk
       verzoek in te dienen.
    3. De werknemer is verplicht alle medewerking te verlenen aan het vestigen of verdedigen
       van de intellectuele eigendomsrechten in Nederland en daarbuiten. De medewerking kan
       bestaan uit het geven van informatie voor de uitoefening van intellectuele eigendoms-
       rechten, het afleggen van verklaringen, of het uitstellen van publicaties voor een termijn
    die nodig is om het intellectuele eigendomsrecht te vestigen.
    1.9.2 Auteursrechten
    1. Op grond van artikel 7 Auteurswet wordt de werkgever als de maker en rechthebbende
       aangemerkt van die werken die de werknemer in het kader van zijn dienstverband heeft
       vervaardigd.
    2. Op schriftelijk verzoek van de werknemer kan de werkgever met inachtneming van het
       bepaalde in dit artikel de auteursrechten op de volgende categorieën werken aan hem
       overdragen:
       a. boeken, brochures, nieuwsbladen, tijdschriften en alle andere geschriften;
       b. toneelwerken en dramatisch-muzikale werken;
       c. mondelinge voordrachten;
       d. choreografische werken en pantomimes;
       e. muziekwerken met of zonder woorden;
       f. teken-, schilder-, bouw- en beeldhouwwerken, lithografieën, graveer- en andere
          plaatwerken;
       g. aardrijkskundige kaarten;
       h. ontwerpen, schetsen en plastische werken, betrekkelijk tot de bouwkunde, de
          aardrijkskunde, de plaatsbeschrijving of andere wetenschappen, en/of
       i. fotografische werken.
    3. De werknemer is verplicht een door hem vervaardigd werk schriftelijk bij de werkgever te
       melden. Een jaar na ontvangst van de melding wordt de werknemer die het werk feitelijk
       heeft vervaardigd zonder tussenkomst van de werkgever rechthebbende van de
       auteursrechten op een door hem vervaardigd werk, vallend onder een categorie als bedoeld
       in het tweede lid, tenzij de werkgever zich de rechten gemotiveerd voorbehoudt of een
       andere redelijke termijn voor de overgang van rechten stelt.
    4. De werkgever zal zich uitsluitend de auteursrechten op een bepaald werk voorbehouden
       indien verwacht wordt dat het werk in grote aantallen verveelvoudigd zal gaan worden, het
       onderdeel uitmaakt van een serie of anderszins van bijzonder belang is voor de werkgever.
    5. De werkgever oefent de hem op grond van de Auteurswet toekomende
       persoonlijkheidsrechten uit in het belang van de werknemer.
    1.9.3 Octrooi en Kwekersrecht
    1. De werknemer is verplicht schriftelijk mededeling te doen aan de werkgever van een
       zodanige uitvinding of van een zodanig gekweekt  ras waarbij sprake is van een voor
       octrooi vatbare uitvinding dan wel een door kweekarbeid gewonnen ras waarop mogelijk
       kwekersrecht kan worden verkregen. De werknemer wordt geacht tot een dergelijk oordeel
       te kunnen komen op het moment dat de uitvinding is voltooid respectievelijk het ras is
       gewonnen dan wel op het moment dat de werknemer redelijkerwijs tot dat oordeel heeft
       kunnen komen.
    2. Voorafgaand aan openbaarmaking van een voor octrooi vatbare uitvinding dan wel door
       kweekarbeid gewonnen ras waarop mogelijk kwekersrecht kan worden verkregen is de
       werknemer verplicht hiervan schriftelijk mededeling te doen aan de werkgever. Deze
       mededeling dient tijdig en onder overlegging van zodanige gegevens te worden gedaan dat
       de werkgever zich een oordeel kan vormen over de aard van de uitvinding respectievelijk
       het ras.
    3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het
      auteursrecht dat samenhangt met het  te vestigen octrooi of te verkrijgen kwekersrecht.
    4. Het door de werkgever betaalde loon wordt geacht tevens een vergoeding in te houden
      voor gemis aan octrooi of kwekersrecht.
    5. De werkgever kan in zeer bijzondere gevallen een bijkomende billijke vergoeding toekennen
      in verband met het geldelijke belang van de uitvinding dan wel het nieuwe ras en met de
      omstandigheden waaronder de werkzaamheden hebben plaatsgevonden.

    Artikel 1.10 Klokkenluidersregeling
    Elke werkgever treedt met de (C)OR in overleg om een, op de organisatie toegesneden, voorziening te treffen inzake klokkenluiders. Uitgangspunt voor deze lokale regeling is dat een werknemer, indien hij in de organisatie waarin hij werkzaam is een misstand vermoedt, dit op een voor hem veilige en adequate wijze moet kunnen melden.

    Artikel 1.11 Kapstokbepaling NIOZ
    1. NIOZ verricht zeeonderzoek met (eigen) onderzoekschepen. Op bemanningsleden zijn,
       vanwege de aard van het werken op de onderzoekschepen, de artikelen 3.8 lid 3 en 4,
       3.9 lid 2, 3.10, 4.1, 4.2 (met uitzondering van de feestdagen als genoemd in lid 1), 5.1
       t/m 5.6 niet van toepassing. In plaats daarvan geldt de "Vaarregeling bemanningsleden
       Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek", die is overeengekomen tussen NIOZ
       en de werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in het Lokaal overleg
       NWO-NWO-I-CWI-NIOZ.
    2. Op de onderzoekschepen varen opstappers mee. Dit zijn onderzoekers en onderzoek-
       ondersteunend personeel met een niet-scheepsgebonden functie die met expedities op de
       onderzoekschepen meevaren. Voor de opstappers zijn, uitsluitend tijdens meerdaagse
       expedities, de artikelen 3.8 lid 3 en 4, 3.9 lid 2, 3.10, 4.1, 4.2 (met uitzondering van de
       feestdagen als genoemd in lid 1) niet van toepassing. Voor de opstappers geldt tijdens
       expedities de "Regeling zeegaande expedities" die is overeengekomen tussen NIOZ en de
       werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in het Lokaal overleg NWO-NWO-I-CWI-
       NIOZ.

    Artikel 1.12 Kapstokbepaling arbocatalogus
    1. Werknemersorganisaties en WVOI-werkgevers geven met inachtneming van de
       Arbowet invulling aan de Arbocatalogus WVOI.
    2. Noodzaak voor wijzigingen wordt bepaald door enerzijds veranderingen in wet- en
       regelgeving, anderzijds door wijziging in de stand van de kennis, techniek en
       professionele dienstverlening. Een inhoudelijk deskundige werkgroep legt een advies
       voor aanpassing van de arbocatalogus voor aan de door elk van de partijen aangewezen
       vertegenwoordiger. Die vertegenwoordigers zijn bevoegd in te stemmen met wijzigingen.
    3. Als deze vertegenwoordigers niet tot overeenstemming komen over de voorgestelde
       wijzigingen, dan worden deze voorgestelde wijzigingen aan de cao-tafel besproken.

    Artikel 1.13 Reorganisatiecode
    Bij reorganisaties worden de Reorganisatiecode en het Sociaal Beleidskader toegepast. De Reorganisatiecode is een door de werkgever opgestelde code die van toepassing is bij organisatieveranderingen die rechtspositionele gevolgen kunnen hebben voor werknemers. Het Sociaal Beleidskader is een door de instelling vastgesteld kader dat van toepassing is indien een organisatieverandering rechtspositionele gevolgen heeft voor werknemers.

    Artikel 1.14 Gedragscode seksuele intimidatie, agressie en geweld
    Elke werkgever stelt een gedragscode vast ter voorkoming en bestrijding van seksuele intimidatie, agressie en geweld op de werkvloer. De gedragscode voorziet tevens in een klachtenregeling.

    Artikel 1.15 Tijd- en plaatsonafhankelijk werken
    Werkgever en werknemer kunnen afspraken maken over tijd- en plaatsonafhankelijk werken. De werkgever kan daartoe aan de werknemer financiŽle vergoedingen en/of verstrekkingen in natura toekennen.

    Artikel 1.16 Uitoefening publieke functie
    1. De werknemer die in verband met werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een
       publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de
       waarneming van zijn functie ontvangt gedurende zijn ontheffing een nonactiviteitswedde
       op basis van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.
    2. De werkgever is niet verplicht tot betaling van bezoldiging aan de werknemer voor dat deel
       waarvoor de werknemer zitting heeft in een publiekrechtelijk college.
    3. Voor de toepassing van dit artikel wordt de functie van substituut-ombudsman
       gelijkgesteld met een functie in een publiekrechtelijk college als bedoeld in lid 1 van dit
       artikel.
    4. Aan de werknemer wordt, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet, buitengewoon
       verlof zonder behoud van bezoldiging verleend om hem in de gelegenheid te stellen
       vergaderingen en zittingen van publiekrechtelijke colleges, waarin hij is benoemd of
       verkozen, bij te wonen en daaruit voortvloeiende werkzaamheden ten behoeve van deze
       colleges te verrichten, voor zover dit niet in de vrije tijd kan geschieden.
    5. Indien de werknemer een vaste vergoeding ontvangt uit de functie waarvoor hem het in
       het voorgaande lid bedoelde verlof wordt verleend, wordt op zijn bezoldiging een inhouding
       toegepast over de tijd dat hij verlof geniet. Deze inhouding gaat hetgeen hij zou ontvangen
       als vaste vergoeding voor de met het verlof overeenkomende tijd in de bedoelde functie,
       niet te boven.
    6. Aan de werknemer die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiek-
       rechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de
       vervulling van zijn functie, wordt, indien hij ophoudt die functie in een publiekrechtelijk
       college te bekleden en hij naar het oordeel van de werkgever niet in actieve dienst kan
       worden hersteld, ontslag verleend.
    7. Ontslag wordt eveneens verleend aan de werknemer die na afloop van buitengewoon
       verlof van lange duur, naar het oordeel van de werkgever niet in actieve dienst kan worden
       hersteld.
    8. Aan de werknemer die een benoeming tot minister of staatssecretaris aanvaardt, wordt met
       ingang van de dag van het aanvaarden van deze functie, ontslag verleend.

    Artikel 1.17 Kapstokbepaling Generatiepact
    Elke werkgever heeft de mogelijkheid om een regeling voor een Generatiepact[4] vorm te geven. Een regeling Generatiepact moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen:

    • de regeling geldt voor werknemers van 60 jaar en ouder met een dienstverband voor onbepaalde tijd;de regeling is in de vorm van buitengewoon verlof op basis van cao-artikel 5.7 lid 3 en 4;
    • de werkzaamheden van de werknemer blijven zoveel mogelijk ongewijzigd; 
    • de beschikbaar komende loonruimte wordt volledig ingezet voor herbezetting via instroom en doorstroom;
    • de beschikbaar komende loonruimte wordt zoveel mogelijk ingevuld via instroom van jongeren tot 35 jaar;
    • deelname aan een Generatiepact heeft geen negatieve gevolgen bij arbeidsongeschiktheid;
    • afspraken over de van toepassing zijnde percentages zijn zodanig dat deelname voor iedereen mogelijk is;
    • de afspraak op individueel niveau met de werknemer is structureel;
    • nadere regels worden door de werkgever vastgesteld (overlegprotocol) en ter toetsing aan de kaders in de kapstokbepaling aan werknemersorganisaties voorgelegd.

    Artikel 1.18 Hardheidsclausule
    Van het bepaalde in deze cao en op grond van de Cao-OI op instellings- of werk­geversniveau vastgestelde regelingen, kan in bijzondere gevallen ten gunste van de werknemer worden afgeweken, in het geval dat naar het oordeel van de werkgever de Cao-OI of betreffende regeling niet voorziet in de bijzondere omstandigheden van het individuele geval.

    naar boven