Bijlage 2 - Rekenvoorbeelden

1. Rekenvoorbeelden weekvariant vakantie

Toepassing weekvariant: 

De werknemer die kiest voor een feitelijke werkweek van 36 uur (per week 4 werkdagen van 9 uur of de ene week 4 dagen van 8 uur en de andere week 5 dagen van 8 uur) en een arbeidsduur heeft van 38 uur, dient jaarlijks 52 x 4 uur = 208 uur (d.i. het verschil tussen 36 uur en 40 uur) van zijn vakantie-aanspraak af te schrijven. Anderzijds dient deze werknemer bij opname van een week vakantie dan ook alleen de feitelijk te werken uren af te schrijven (i.c. 36 uur). 

Hoofdregel bij alle berekeningen:

De feitelijke werktijd en de omvang van het dienstverband dienen, uitgaande van 338 vakantie-uren, altijd in de verhouding 40/38 tot elkaar te staan.

Voorbeeld 1:

De werknemer heeft een formeel dienstverband van 20 uur.
Vakantie-aanspraak op jaarbasis => 20/38 x 338 = 177,8 uur die hij krijgt mits hij 20/38 x 40 uur = 21,05 uur per week werkt. 
Als diegene een feitelijke werkweek van maar 20 uur heeft, vindt een correctie plaats en wordt 52 x 1,05 uur van 177,8 uur afgetrokken. Zijn vakantie-aanspraak is 124 uur (123,2 afgerond naar boven in hele uren).

Voorbeeld 2:

De werknemer heeft een formeel dienstverband van 19 uur.
Vakantie-aanspraak op jaarbasis => 19/38 x 338 = 169 uur die hij krijgt mits hij 19/38 x 40 uur = 20 uur per week werkt. 
Als diegene een feitelijke werkweek van 20 uur heeft, is zijn vakantie-aanspraak 169 uur en is geen correctie nodig.

Voorbeeld 3:

De werknemer heeft een formeel dienstverband van 32 uur.
Vakantie-aanspraak op jaarbasis => 32/38 x 338 = 284,6 uur die hij krijgt mits hij 32/38 x 40 uur = 33,68 uur per week werkt. 
Als diegene een feitelijke werkweek van 32 uur heeft, vindt een correctie plaats en wordt 52 x 1,68 uur van 284,6 uur afgetrokken. Zijn vakantie-aanspraak is 198 uur (197,24 afgerond naar boven in hele uren).

Voorbeeld 4:

De werknemer heeft een formeel dienstverband van 30,4 uur.
Vakantie-aanspraak op jaarbasis => 30,4/38 x 338 = 270,4 uur die hij krijgt mits hij 30,4/38 x 40 uur = 32 uur per week werkt. 
Als diegene een feitelijke werkweek van 32 uur heeft, is zijn vakantie-aanspraak 271 uur (270,4 afgerond naar boven in hele uren).

2. Rekenvoorbeeld 40/40-regeling

Hoofdregel bij alle berekeningen 40/40-regeling:

vakantieverlof wordt opgebouwd over de feitelijk gewerkte uren. Bij een volledig dienstverband worden jaarlijks 338 vakantie-uren opgebouwd. Ook bij gebruikmaking van de 40/40-regeling worden 338 vakantie-uren opgebouwd. Van die 338 vakantie-uren wordt een deel (104 vakantie-uren) ingeruild voor de toelage en wordt er 104 uur meer gewerkt.

Voorbeeld:

De werknemer met een arbeidsduur van 40 uur en een toelage overeenkomstig 104 vakantie-uren, die gedurende een half jaar (6 maanden), 20 uren van de volledige werkweek (40 uur) ouderschapsverlof geniet bouwt dat jaar vakantieverlof op van 6/12 x 20/40 x 338 = 149,5 vakantie-uren.