Bijlage 4 - Overlegstatuut Onderzoekinstellingen

Artikel 1 Definities

  1. Cao-OI: Cao Onderzoekinstellingen
  2. WVOI: werkgeversvereniging onderzoekinstellingen waar werkgevers die partij zijn bij de cao-onderzoekinstellingen lid van zijn.
  3. Werknemersorganisatie: een vereniging van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst
  4. Werkgever: een bij de WVOI aangesloten rechtspersoon
  5. Overleg op sectorniveau: het overleg van de WVOI met werknemersorganisaties
  6. Overleg op werkgeversniveau: het overleg van de werkgever met de (centrale) ondernemingsraad
  7. WHW: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Artikel 2 Uitgangspunten

  1. Het overleg tussen de WVOI en de werknemersorganisatie(s) wordt gevoerd met inachtneming van de WHW.
  2. De werknemersorganisatie als bedoeld in artikel 1.3 telt bij de werkgever werkzame personen onder haar leden.
  3. Minimaal drie maanden voorafgaand aan het verstrijken van de looptijd van de Cao-OI overlegt de WVOI met de werknemersorganisaties waarmee de cao is afgesloten welke werknemersorganisaties voor de onderhandelingen voor de volgende cao worden uitgenodigd.
  4. Dit overlegstatuut is onderdeel van de Cao-OI.

Artikel 3 Overleg

  1. Het overleg op sectorniveau betreft de regeling van de rechtspositie zoals genoemd in artikel 4.5 van de WHW en voor zover betrekking hebbend op het personeel van de onderzoekinstellingen in de vorm van een cao volgens de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst.
  2. De WVOI nodigt werknemersorganisaties uit voor het cao-overleg.
  3. Het overleg vindt plaats onder voorzitterschap van de voorzitter WVOI.
  4. De secretaris WVOI zorgt voor verslaglegging van het overleg.
  5. Partijen kunnen zich in het overleg laten bijstaan door deskundigen. Onder deskundige wordt verstaan iemand die door zijn beroep of opleiding kennis heeft van het onderwerp of proces waarop het laten bijstaan gewenst is. Partijen zullen elkaar informeren over de deskundige die zij bij het overleg willen betrekken.
  6. Indien partijen gezamenlijk een deskundige willen raadplegen zullen zij in overeenstemming een deskundige selecteren.
  7. In het overleg op sectorniveau kan worden overeengekomen dat de regeling of nadere regeling van de rechtspositie van de werknemers plaatsvindt in het overleg op werkgeversniveau onverminderd het bepaalde bij of krachtens de WOR en andere wettelijke voorschriften.
  8. De werkgevers informeren de werknemersorganisaties over voorgenomen organisatiewijzigingen en tenminste eenmaal per jaar over de algemene gang van zaken bij de individuele werkgevers, in het bijzonder voor wat betreft de ontwikkeling van de werkgelegenheid, de uitvoering van de in de cao gemaakte afspraken en het sociaal beleid en voorziene ontwikkeling in het personeelsbestand.
  9. De werkgever nodigt de werknemersorganisaties, die partij zijn bij de cao, uit voor het overeenkomen van een sociaal plan voor het ondervangen van de personele gevolgen van belangrijke organisatiewijzigingen in de zin van artikel 25 van de WOR. Het sociaal plan bevat in ieder geval een ontslagbeschermingstermijn van twaalf maanden.

Artikel 4 Faciliteiten

De werkgever verleent de werknemersorganisatie(s) faciliteiten die zij bij het verrichten van werkzaamheden bij de werkgever redelijkerwijs nodig hebben. Onder deze faciliteiten wordt onder meer verstaan het kosteloos beschikbaar stellen van zaalruimte voor ledenraadpleging, het gebruik van kopieervoorzieningen, publicatieborden en interne post.

Artikel 5 OCW middelen

  1. De OCW middelen voor werknemersorganisaties, onderdeel van de lumpsum van de werkgevers, worden jaarlijks overgemaakt aan de werknemersorganisatie(s) die partij zijn bij de cao, volgens een met die werknemersorganisatie(s) overeen te komen verdeelsleutel.
  2. Indexering van het uit te betalen bedrag vindt plaats aan de hand van de afgeleide consumentenprijsindex van het CBS in het voorgaande jaar.