Bijlage 5 - Regeling Generatieplan

1. Inleiding

De Regeling Generatieplan is een van de afspraken die partijen hebben gemaakt over duurzame inzetbaarheid van werknemers. De regeling biedt werknemers die vijf jaar of korter verwijderd zijn van de AOW-leeftijd de mogelijkheid om buitengewoon verlof op te nemen met gedeeltelijk behoud van het salaris en met volledige pensioenopbouw. De regeling beoogt te faciliteren dat werknemers gezond en vitaal werkzaamheden kunnen blijven verrichten tot aan het bereiken van de AOW-leeftijd. De door deze vermindering van de arbeidsduur vrijvallende middelen worden ingezet om de vrijvallende werkzaamheden te laten uitvoeren door instroom van nieuwe, bij voorkeur jonge medewerkers. Zodoende worden werkgevers ondersteund in het realiseren van een evenwichtige personeelsopbouw.

2. Voorwaarden voor deelname

  1. Op de datum waarop zijn deelname aan de Regeling Generatieplan in gaat
    1.1 heeft de werknemer een dienstverband van minimaal vijf jaar bij een van de
          werkgevers van de sector Onderzoekinstellingen;
    1.2 is de werknemer vijf jaar of korter verwijderd van zijn AOW-leeftijd en
    1.3 heeft de werknemer geen overschot [11] aan verlof.
  2. Deelname aan de regeling kan niet tegelijkertijd plaatsvinden met deelname aan de seniorenregeling onderzoekinstellingen, SROI-2007.
  3. Bij deelname aan de regeling is het niet mogelijk om gebruik te maken van de weekvariant vakantie (cao-artikel 5.2).
  4. Deelnemers die aan de “oude” Regeling Generatieplan van NWO en NWO-I of de regeling Generatiepact van de Koninklijke Bibliotheek deelnemen, blijven onder de voorwaarden van die regelingen deelnemen en kunnen niet naar deze Regeling Generatieplan overstappen.

3. Vorm

  1. De werkzaamheden van de deelnemer worden aangepast aan de gewijzigde arbeidsduur.
  2. Op grond van artikel 6.10 van de cao-OI wordt aan de deelnemer buitengewoon verlof verleend met gedeeltelijk behoud van bezoldiging.
  3. Het buitengewoon verlof bedraagt voor de werknemer met een volledige arbeidsduur en een volledige werkweek minimaal 20% en maximaal 40% van de omvang van het dienstverband te hanteren met in alle gevallen afronding (naar boven bij .5) op hele uren. Voor werknemers met een deeltijddienstverband geldt het verlof naar rato. Het percentage buitengewoon verlof mag de 40% niet te boven gaan.
  4. Voor werknemers die voor 20% van het dienstverband deelnemen aan de regeling is het mogelijk om op verzoek van de werknemer en met instemming van de werkgever het deelnamepercentage te verhogen naar 40%.
  5. Over het verleende buitengewoon verlof ontvangt de deelnemer 50% van de bezoldiging.
  6. De pensioenopbouw en de verdeling van de premiebetaling door werkgever en werknemer wijzigt niet als gevolg van de deelname aan de regeling.
  7. Gedurende de deelname aan de regeling wordt vakantieverlof opgebouwd naar rato van de resterende arbeidsduur.

4. Herverdelen van werkzaamheden

  1. De deelnemer en de leidinggevende leggen afspraken vast over welke werkzaamheden gedurende de periode van buitengewoon verlof worden uitgevoerd en op welke wijze de niet meer uit te voeren werkzaamheden worden overgedragen.
    Bijzondere aandacht verdient het voorkomen van onverantwoorde toename van werkdruk van de werknemer die wenst deel te nemen en van de directe collega’s.
  2. De door het deelnemen aan de regeling vrijgevallen loonruimte wordt benut om nieuwe, bij voorkeur jonge werknemers te laten instromen voor de uitvoering van de over te dragen werkzaamheden.

5. Randvoorwaarden

  1. Met in achtneming van de voorwaarden voor deelname onder punt 2, staat deelname aan de regeling voor iedereen open, tenzij zwaarwegende bedrijfsbelangen zich daar tegen verzetten.
  2. Werknemers met een overschot aan verlof (zie cao-artikel 5.3 lid 5) worden geacht eerst het overschot aan verlof in te zetten voordat aan de regeling kan worden deelgenomen.
  3. De inzetbaarheid van de werknemer bij arbeidsongeschiktheid gedurende deelname aan deze regeling is ten hoogste gelijk aan zijn feitelijke werkweek.
  4. Als een deelnemende werknemer volledig arbeidsongeschikt is kan deelname op verzoek van de werknemer tussentijds worden beëindigd. Bij langdurige volledige arbeidsongeschiktheid eindigt deelname aan deze regeling voor het einde van een jaar arbeidsongeschiktheid en gaat de werknemer terug naar zijn oorspronkelijke omvang van het dienstverband.
  5. Onverminderd de bestaande Regeling/Gedragscode Nevenwerkzaamheden op instellingsniveau mogen er geen nieuwe inkomsten uit arbeid naast zijn verminderde dienstbetrekking in verband met de Regeling Generatieplan worden verworven.