Bijlage 6- Levensloopregeling

  1. De levensloopregeling geldt alleen nog voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopspaartegoed van minstens €3.000,00 hadden. Deze werknemers mogen in levensloop via AVOM blijven inleggen. Het tegoed moet voor 1 januari 2022 worden opgenomen.
  2. Levensloopverlof is buitengewoon verlof (artikel 5.7) van lange duur zonder behoud van bezoldiging, waarbij de werknemer in zijn inkomen voorziet door gebruikmaking van gespaard levenslooptegoed.
  3. Voor de duur van het verlof worden (naar evenredigheid) voor de omvang van het verlof de betaling van het salaris, de eventuele toelagen, de reiskostenvergoeding, eventuele andere onkostenvergoedingen en verstrekkingen stopgezet en stopt de opbouw van vakantie-uren, vakantiegeld en de eindejaarsuitkering.
  4. De werknemer kan vanaf één jaar na indiensttreding gebruikmaken van een via levensloop gefinancierd verlof, met uitzondering van langdurend zorgverlof en zorgverlof en van onbezoldigd ouderschapsverlof.
  5. Een verzoek voor langdurig onbetaald verlof dient ten minste drie maanden van tevoren schriftelijk bij de werkgever ingediend te worden. Deze termijn is niet van toepassing wanneer er sprake is van aanwending van het verlof voor zorgdoeleinden of als het moment van aanvang van het verlof niet in redelijkheid kon worden voorzien. Het voornemen ouderschapsverlof te nemen meldt de werkn dt de periodiekdatum van de werknemer opgeschoven met het aantal volledige maanden dat de opname langer duurt dan drie maanden.
  6. Ingeval de deelnemer gedurende de verlofperiode ziek wordt, loopt het verlof gewoon door voor een periode van zes weken en blijft hij zijn opgenomen levenslooptegoed als inkomen genieten. Bij voortdurende ziekte eindigt het levensloopverlof zes weken na de eerste ziektedag.
  7. Voor een periode van maximaal één jaar levensloopverlof is de werknemer pensioenpremie verschuldigd waarbij de levensloopuitkering als grondslag voor de pensioenpremie wordt gehanteerd. De werkgever betaalt de pensioenpremie en verhaalt deze volledig op de werknemer. De verplichting om pensioenpremie te betalen eindigt na verloop van een jaar. Het staat de werknemer alsdan vrij op vrijwillige basis pensioenafdracht met het pensioenfonds overeen te komen om pensioenopbouw voort te zetten. Ten aanzien van deeltijd onbetaald verlof worden de sectorale afspraken dienaangaande toegepast.
  8. Voor zover de duur van het onbetaald verlof de periode van achttien maanden niet overschrijdt, ondervindt de werknemer voor de sociale zekerheid geen nadelige gevolgen van de opname van het verlof. (Overeenkomstig de Wet van 11 juni 1998.)
  9. De werknemer keert na afloop van het levensloopverlof terug in zijn eigen functie, tenzij de verlofperiode langer dan zes maanden duurt of voorafgaand aan het levensloopverlof anders is afgesproken.
  10. Indien er tijdens de opname van levensloopverlof van de werknemer een reorganisatie plaatsvindt bij de werkgever waarbij de functie van de werknemer betrokken is, wordt de werknemer op gelijke wijze behandeld als de andere bij de reorganisatie betrokken werknemers.
  11. De werknemer spaart levenslooptegoed door deelname aan het doel levensloop in AVOM. Zie bijlage 3 onder 4.6.
  12. Van deze overgangsregeling kan in individuele gevallen ten gunste van de werknemer worden afgeweken.
  13. Deelname aan de levensloopregeling eindigt:
    1. bij overlijden van de deelnemer;
    2. indien het dienstverband eindigt;
    3. indien de werknemer zijn deelname aan levensloop beëindigt.