Hoofdstuk 9 - Specifieke bepalingen voor onderzoekers in opleiding (oio 's)

Artikel 9.1 Dienstverband, aard en omvang werkzaamheden

  1. Het doel van het dienstverband met een oio is het verrichten van wetenschappelijk onder zoek dat resulteert in een proefschrift, in een technologisch ontwerp dan wel in een of meer wetenschappelijke producties. 
  2. Het dienstverband wordt aangegaan voor bepaalde tijd van maximaal vier jaar en voor een volledige werkweek.
  3. Bij aanvang van het dienstverband kan met de oio in afwijking van lid 2 ter beoordeling van zijn geschiktheid eenmalig een dienstverband voor maximaal 18 maanden worden aangegaan dat eenmalig kan worden verlengd tot maximaal vier jaar.
  4. De oio besteedt ten minste 90% van zijn werktijd aan wetenschappelijk onderzoek en de te ontvangen opleiding en begeleiding.
  5. De oio kan voor ten hoogste 10% worden belast met andere taken waaronder het geven van onderwijs.
  6. De oio kan niet worden belast met het verrichten van beheerstaken.
  7. Bij een deeltijddienstverbandwordt het dienstverband naar evenredigheid uitgebreid.

Artikel 9.2 Verlengingsbepalingen voor oio`s met een arbeidsovereenkomst

  1. Ingeval daartoe naar het oordeel van de werkgever aanleiding bestaat, kan het tijdelijke dienstverband na vier jaar worden verlengd.
  2. De totale duur van deze verlenging is maximaal een jaar. Het aantal van deze verlengingen bedraagt maximaal twee.
  3. De werkgever kan het dienstverband voor bepaalde tijd op verzoek van de oio verlengen met:
    a. de duur van het genoten zwangerschaps- en bevallingsverlof;
    b. de duur van het genoten ouderschapsverlof;
    c. de op grond van artikel 18 van de WOR geldende afspraken over de tijdsbesteding in het kader van het lidmaatschap van de ondernemingsraad verleende bijzonder verlof op grond van artikel 5.9;
    d. de duur/periode die betrokkene in deeltijd heeft gewerkt (naar rato).
  4. Het verzoek kan onder andere worden geweigerd indien de afronding van het project niet meer in de lijn der verwachting ligt.
  5. Indien naar het oordeel van de werkgever de in lid 2 bedoelde termijn geen recht doet aan de bijzondere en zwaarwegende omstandigheden van de individuele oio kan de werkgever besluiten tot een derde verlenging van maximaal zes maanden.

Artikel 9.3 Bezoldiging oio

  1. De werknemer die als oio in dienst wordt genomen wordt bezoldigd volgens de oio-salaris-schaal (bijlage 1).
  2. Bij aanvang van het dienstverband wordt aan de oio het salaris toegekend dat in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter oio-1. 
  3. In afwijking van lid 2 kan bij de vaststelling van het aanvangssalaris rekening worden gehouden met opgedane werkervaring.
  4. Het salaris van de oio wordt periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag van de oio-salarisschaal. Deze periodieke verhoging wordt voor de eerste maal toegekend met ingang van de eerste dag van de maand waarin sinds zijn dienstverband een jaar is verstreken en nadien telkens na een jaar, met inachtneming van het bepaalde in lid 5, lid 6 en lid 7.
  5. Het salaris van de oio wordt periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag van de oio-salarisschaal, tenzij de oio naar het oordeel van de werkgever zijn functie niet naar behoren vervult. In dat geval is artikel 3.5 lid 3 onverkort van toepassing (onthouding periodieke salarisverhoging).
  6. Indien (tussentijds) een deeltijd dienstverband wordt aangegaan vindt de periodieke verhoging naar de volgende trede naar evenredigheid van tijd plaats.
  7. Nadat salaristrede 4 is bereikt, wordt het salaris niet verder periodiek verhoogd.
  8. De oio komt niet in aanmerking voor een toelage onregelmatige diensten of een overwerkvergoeding.

Artikel 9.4 Aard en omvang van de werkzaamheden

  1. De werkgever ziet er op toe dat, na overleg met de oio en in overeenstemming met de promotiebegeleider dan wel promotor, een op de oio afgestemd opleidings- en begeleidingsplan binnen drie maanden na indiensttreding wordt vastgesteld.
  2. Het opleidings- en begeleidingsplan wordt zo nodig van jaar tot jaar bijgesteld.
  3. In het opleidings- en begeleidingplan worden in ieder geval vastgelegd:
    a. de te verwerven kennis en vaardigheden en de wijze waarop dit dient te gebeuren;
    b. wie de begeleider en de promotor zijn;
    c. het minimum aantal begeleidingsuren per maand;
    d. dat de oio bij de aanvang van zijn promotieonderzoek alsmede op die momenten die beslissend zijn voor de voortgang van het onderzoek, doch ten minste eenmaal per jaar, een gesprek heeft over zijn promotieonderzoek met de promotor.
  4. In verband met scholing en competentieontwikkeling dan wel carrièregerichte maatregelen wordt tijdens het jaarlijkse plannings- en evaluatiegesprek verplicht overleg gevoerd over het inzetten van de waarde van maximaal tien vakantiedagen per jaar. De waarde van de tien vakantieverlofdagen wordt weergegeven in een voor iedere oio beschikbaar budget per oio-jaar (1 t/m 4). Het verplichte cursusaanbod is voor rekening van de werkgever.

Artikel 9.5 Functioneren oio en evaluatieprocedure

  1. Een jaar na de aanvang van het dienstverband wordt het functioneren van de oio, tegen de achtergrond van het opleidings en begeleidingsplan en de doelstellingen van het dienstverband, geëvalueerd.
  2. De werkgever stelt voorschriften vast met betrekking tot de evaluatieprocedure en de bij de evaluatie van de oio te hanteren criteria.

Artikel 9.6 Geschillenregeling

De werkgever stelt regels vast omtrent de beslechting van geschillen die zich tussen de oio en de bij zijn opleiding en begeleiding betrokken personen en organen kunnen voordoen.